Onderzoek
Het begrip ‘kenniseconomie’ is veelomvattend. Onder het kopje ‘kenniseconomie’ staat een uitgebreide beschouwing over het begrip, en de rol van steden en regio’s in de kenniseconomie. Gezien de breedte van het onderzoeksveld hebben we voor een thematische aanpak gekozen. Het onderzoek dat binnen het lectoraat plaatsvindt concentreert zich op bepaalde aspecten van de Amsterdamse kenniseconomie: Gebiedsontwikkeling en Regionaal/stedelijk kennismanagement.
Gebiedsontwikkeling voor de kenniseconomie
Is Amsterdam klaar voor de kenniseconomie? De kenniseconomie stelt nieuwe (en hogere) eisen aan de externe omgeving waarin bedrijven opereren. Dat betekent dat bedrijventerreinen, kantorenlocaties en woonlocaties op een nieuwe manier moeten worden vormgegeven. Sleutelwoorden zijn functiemenging, netwerken, en kwaliteit. Integrale gebiedsontwikkeling vraagt om goede samenwerking tussen economen, planners, overheden, bedrijven en kennisinstellingen. In het lectoraat willen we een bijdrage leveren naar onderzoek op dit thema.
Gebiedsontwikkeling kan als een mesoniveau worden gezien tussen de ontwikkeling van een stad of stedelijke regio enerzijds (macroniveau) en van onroerend goed anderzijds (microniveau). Vanuit de praktijk blijkt er sterke behoefte te zijn aan kennis over gebiedsontwikkeling om diverse beleidsvragen te ondersteunen. Wetenschappelijk is het onderzoeksgebied nog onderontwikkeld, waardoor dus ingesprongen kan worden op een kennishiaat én kennisbehoefte.
Concreet werken we aan een onderzoek naar de toekomst van Amsterdam Zuidoost, meer in het bijzonder het Amstel III gebied (zie kader), als werklandschap van de 2qe eeuw.
Amsterdam Zuidoost: naar een werklandschap van de 21e eeuw?
Amsterdam Zuidoost is een dynamisch gebied en volop in ontwikkeling. De komende jaren zal de dynamiek van het gebied misschien nog wel toenemen, door de komst van nieuwe toonaangevende bedrijven (Endemol), de ontwikkeling van een zorgcluster rondom het AMC, en de aanhoudende druk op de woningmarkt in Amsterdam en de Noordvleugel. Tegelijk moet vastgesteld worden dat Amsterdam ZO geen eenheid vormt: het gebied bestaat uit ‘deelgebieden’ met elk een eigen functie, sfeer en identiteit. De tegenstellingen zijn soms heel groot. Met name het spoor ‘splijt’ het gebied in delen die ogenschijnlijk een eigen leven leiden. Aan de ene kant woonwijken en winkelcentra, en aan de andere kant entertainment, retail, kantoren en het AMC.
Het gebied rond de Amsterdam Arena ontwikkelt zich als belangrijk ‘entertainment, leisure & shopping district’ met een bovenregionale (en zelfs nationale) functie, maar de samenhang met de aangrenzende kantorenlocatie lijkt gering.
Het gebied Amstel III functioneert niet naar behoren. Er is veel leegstand, het gebied heeft geen ‘identiteit’, en de stedenbouwkundige opzet voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. De kantoorpanden hebben geen onderlinge samenhang, en zijn als individuele projecten los van elkaar ontwikkeld. Het gebied is geen verblijfsgebied: de gebruikers komen ’s ochtends en gaan ’s avonds weer weg, en hebben geen band met het gebied. Verder lijkt de samenhang met de rest van ‘Zuidoost’ minimaal. Het spoor is een grote barrière: er is weinig interactie ‘over het spoor heen’, en etnische bedrijvigheid is in het Amstel III gebied nauwelijks te vinden.
De komende jaren staan de gemeente Amsterdam en de deelgemeente Zuidoost voor de opgave om m.n. het Amstel III gebied te transformeren, in samenhang met de omgeving.
Het onderzoek van het lectoraat richt zich op de feitelijke en gewenste samenhang tussen Amstel III en de rest van Amsterdam Zuidoost. We ontwikkelen een perspectief voor het gebied als ‘werklandschap’ voor de kenniseconomie van de 21e eeuw.
Regionaal /stedelijk kennismanagement
Innovaties vinden steeds vaker plaats op het snijvlak van organisaties en disciplines, in netwerkverband. Dat betekent dat het aangaan van nieuwe allianties cruciaal is om tot vernieuwing te komen. Slimme organisaties begrijpen dat. Maar er is ook een lokale en regionale dimensie: Steden en regio’s die er in slagen om vernieuwende allianties te faciliteren en te bevorderen zullen aan concurrentiekracht winnen. Het lectoraat houdt zich bezig met onderzoek naar regionaal/stedelijk kennismanagement. De volgende vragen vinden we interessant: Hoe kan Amsterdam, met haar vele kennisinstellingen en innovatieve bedrijven, vernieuwende clusters faciliteren? Hoe kunnen bedrijven en instellingen in Amsterdam profiteren van elkaar’s kracht, en van elkaar leren? Hoe kunnen kennisinstellingen en bedrijfsleven meer plezier aan elkaar beleven?
Concreet werken we binnen dit thema aan een meerjarig project over de vervangingsvraag in de regio Amsterdam, i.s.m. het lectoraat Gedifferentieerd HRM en de UVA (zie kader). Het lectoraat Kenniseconomie van Amsterdam kijkt vooral naar de vernieuwing: hoe kunnen bedrijven, sectoren en brancheorganisaties van elkaar leren in het bedenken van creatieve en slimme oplossingen voor een groot probleem op de arbeidsmarkt?
De vervangingsvraag in de regio Amsterdam
Het onderzoeksprogramma ‘De vervangingsvraag’ heeft tot doel meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van deze problematiek en in de beleidsaanpassingen – zowel op sectoraal en regionaal als op organisatieniveau – die gewenst zijn om hierop adequaat in te spelen en de dreigende knelpunten te minimaliseren. Het onderzoeksprogramma zal zich concentreren op het sectorale (meso-)niveau en op het (micro-)niveau van individuele arbeidsorganisaties. Daarnaast zal de aandacht zich op een specifieke regio richten, namelijk de regio Amsterdam.
De hoofdvraag van het onderzoeksprogramma luidt: Op welke wijze kunnen bedrijven en instellingen in de regio Amsterdam het beste voorzien in hun groeiende vervangingsvraag en op welke wijze kan hun personeelsvoorziening op sectoraal en regionaal niveau worden ondersteund en gecoördineerd?
Door de vervangingsvraag in een aantal verschillende sectoren te bestuderen hopen we meer inzicht te krijgen in de factoren die bepalend zijn voor een goede aanpak van het vraagstuk. Enerzijds verschillen de problemen per sector, hetgeen ook om een verschillende aanpak vraagt. Anderzijds kunnen sectoren mogelijkerwijs leren van de ervaringen in een andere sector, waar hetzelfde probleem zich bijvoorbeeld eerder manifesteert.
