Domein Economie en Management - Kenniseconomie

Kenniseconomie: een inleiding

Het is de ambitie van Amsterdam om zich te handhaven in de Europese top als innovatieve kennisregio. Om die ambitie te realiseren is het van belang om eerst na te gaan wat een regio nu eigenlijk tot een ‘succesvolle kennisregio’ maakt. Dus meer in het algemeen: Wat bepaalt eigenlijk het ‘succes’ van regio’s in de huidige kenniseconomie?

Wat maakt een kenniseconomie: Voortschrijdend inzicht

Meestal wordt de ‘kenniseconomie’ in verband gebracht met laboratoria, wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van hoogwaardige technologie. In deze visie zijn innovatieve kennisregio’s die gebieden die heel hoog scoren op R&D uitgaven, patenten etc. Meer en meer wordt echter duidelijk dat deze visie eenzijdig is. Een echte innovatieve kenniseconomie reikt veel verder, tot in de diepste haarvaten van de maatschappij.

Een succesvolle kenniseconomie kenmerkt zich door voortdurende vernieuwing, die bijdraagt aan de kwaliteit van de economie én van de maatschappij. Die vernieuwing beperkt zich nadrukkelijk niet tot de universiteit of kennisintensieve bedrijven, waar innovatie van oudsher ‘core business’ is. In succesvolle kennisregio’s is alles en iedereen doordrongen van het belang van vernieuwing, niet ‘om de vernieuwing zelf’ maar om het leven beter te maken.

Niet alles wat nieuw is, is ook goed, of nuttig. Vernieuwing vraagt daarom om nieuwsgierigheid en kennis, maar ook om inzicht en wijsheid om nieuwe kennis of ideeën op een adequate manier toe te passen zodat er toegevoegde waarde gerealiseerd wordt. En bij vernieuwing moeten we niet alleen denken aan nieuwe technologie. Net zo belangrijk zijn nieuwe organisatievormen, nieuwe behandelmethoden, nieuwe marketingconcepten of nieuwe financieringsconstructies.

In het bedrijfsleven weten we al heel lang dat vernieuwing de bron is van werkgelegenheid en welvaart. Niet vernieuwen betekent ingehaald worden door de concurrentie, die met de dag sterker wordt. Innovatie betekent lang niet altijd ‘iets heel nieuws bedenken’: vaak is de truc juist om slimme combinaties te maken van technologieën en concepten die al bestaan. Een mooi voorbeeld is TomTom: dit bedrijf maakte een slimme combinatie van elektronische kaarten (die waren er al), GPS systemen, en informatietechnologie. Het nieuwe product sloeg in als een bom. Succesfactoren voor dit soort innovatie zijn: creatief denken, gevoel voor de markt, en vermogen om de juiste mensen en competenties bij elkaar te brengen.

Precies hetzelfde geldt ook voor vernieuwing in andere sectoren, zoals de zorg, de politie, of het openbaar bestuur. Hier levert vernieuwing wellicht geen werkgelegenheid op, maar leidt wel tot meer ‘welzijn’. Een ook hier is creativiteit essentieel. Innovatieve kennisregio’s slagen erin vernieuwing op zinvolle wijze door te voeren op al deze terreinen.

In een innovatieve kennisregio heeft de overheid een tweeledige rol. Ten eerste moet ze zelf het goede voorbeeld geven. Dat betekent dat de overheid vooroploopt in het gebruik van nieuwe technologie, de invoering van nieuwe organisatievormen, maar ook bijvoorbeeld gebruikt maakt van nieuwe inkoopmethoden, innovatief aanbesteden, human resource beleid, of nieuwe vormen van participatie. Een vernieuwende overheid moet uitstralen niet bang te zijn om te experimenteren, en accepteren dat experimenten ook wel eens mislukken. En dat is uit te leggen. Ten tweede moet de overheid anderen (bedrijven, instellingen, individuen) aanmoedigen en stimuleren om ook te vernieuwen, en onnodige barrières zoveel mogelijk slechten. De overheid kan het niet alleen, maar werkt samen met partners.

De kenniseconomie is een projecteconomie

Een kennissamenleving kenmerkt zich door veel ‘tijdelijke’ activiteiten. In het bedrijfsleven zien we steeds vaker dat bedrijven samenwerken in projecten, die weer worden ontbonden als de klus geklaard is. In zo’n project worden aanvullende expertise en middelen bijeen gebracht om een nieuw product te ontwikkelen of te produceren. Na de levenscyclus van zo’n project volgt een nieuw project, met nieuwe partners. Deze manier van werken sluit aan bij ‘open innovatie’ concepten, en komt voort uit de overtuiging dat samenwerken slimmer is dan zelf het wiel uit te willen vinden.

Een voorbeeld uit de autoindustrie kan dit verduidelijken. BMW besloot in 2006 om een nieuwe dieselmotor te ontwikkelen samen met PSA (Peugeot Citroen). Die motor was bestemd voor de nieuwe MINI (onderdeel van het BMW concern), en BMW hoopte te profiteren van de specifieke kennis van PSA op het gebied van kleine dieselmotoren. De ontwikkeling vond plaats in Munchen (in het technologiecentrum van BMW), door een team van ingenieurs van beide bedrijven. Het team werd ontbonden toen de klus was geklaard.

In een succesvolle kennisregio zijn het niet alleen bedrijven die op een slimme manier gebruik maken van kennis van anderen. Nieuwe combinaties worden overal gemaakt. Bijvoorbeeld: zorginstellingen weten de juiste partners te vinden om ICT projecten tot een goed einde te brengen. Zo’n manier van werken vraagt van organisaties dat ze heel goed zijn in wat ze doen, en tegelijk hun beperkingen kennen. Samenwerking in projecten vraag verder om een ‘open mind’, goede communicatieve vaardigheden, en een duidelijke eigen visie en leiderschap.

In de kenniseconomie zien we een sterke toename van ‘tijdelijke’ activiteiten en ‘tijdelijke’ banen en klussen. Bijvoorbeeld: Een specialistisch onderhoudsteam wordt voor een week ingevlogen om de complexe machines van een fabriek te onderhouden. In de onderzoeks- en onderwijswereld vinden we vanouds veel ‘tijdelijkheid’: denk aan studenten, promovendi, of gastwetenschappers. En ook toerisme kunnen we er onder rekenen.

Sucessvolle kennisregio’s spelen in op deze trend, en slagen erin om veel ‘tijdelijke’ mensen en projecten naar zich toe te trekken. In deze regio’s leeft het besef leeft dat al die mensen die tijdelijk in de regio wonen of werken niet zomaar ‘buitenstaanders’ of passanten zijn, maar een belangrijke bijdrage leveren aan de economie en de samenleving. Zolang ze er zijn leveren ze direct een economische en maatschappelijke bijdrage: ze geven geld uit, ze zijn productief, en ze zorgen voor meer ‘diversiteit’ en nieuw bloed in de regio. Als ze weer vertrokken zijn kunnen ze ‘ambassadeur’ van de regio worden. Een gezonde doorstroom is het streefbeeld: niet alles en iedereen proberen vast te houden, maar de juist de beweging (‘reuring’) op gang proberen te houden.  

De kenniseconomie is een ‘menseneconomie’

In de kenniseconomie wordt het geld verdiend met het creëren, toepassen, combineren en verkopen van kennis. En daarmee is de menselijke factor doorslaggevend. Er is steeds meer behoefte aan hoogopgeleide en creatieve mensen, met goede communicatieve en sociale vaardigheden. Computers en robots nemen steeds meer werk uit handen, en ook wordt veel eenvoudig werk uitbesteed naar lage lonen landen. Het werk dat hier overblijft is hoogwaardiger, en dat gaat gepaard met hogere eisen die aan werknemers gesteld worden. Succesvolle kennisregio’s slagen erin om hoogopgeleide mensen aan te trekken en aan zich te binden. We zien dan ook dat er een sterk verband is tussen het opleidingsniveau van de bevolking en de welvaart van een regio. Inmiddels is er, door de toenemende schaarste aan goedopgeleide mensen, een ‘battle for talent’ gaande. Bedrijven en instellingen trachten zich op allerlei manieren onderscheiden door het hun werknemers in alles naar de zin te maken. Maar werknemers kijken niet alleen naar primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden die hun werkgever biedt: in toenemende mate is de kwaliteit van de leefomgeving een bepalende factor. Daarbij letten ze op de aanwezigheid van hoogwaardige woonmilieus, groen en natuur, culturele voorzieningen, veiligheid, bereikbaarheid, en de kwaliteit van scholen, zorg, en andere publieke voorzieningen. Bedrijven hebben er dus belang bij om lokale en regionale overheden te ondersteunen in het verbeteren van de leefomgeving. Het vraagt om organiserend vermogen om deze belangen samen te brengen en om te zetten in vruchtbare investeringen. Internationale kennisbedrijven bepalen hun vestigingskeuze steeds meer op basis van de kwaliteit van de arbeidsmarkt en de lokale kennisbasis.

Natuurlijk blijft er ook volop werk voor lager- en middelbaar opgeleiden, vooral in de persoonlijke dienstverlening (schoonmakers, kappers), de horeca, de vrijetijdsindustrie, het onderwijs, en de zorg. Dit zijn heel grote sectoren die van cruciaal belang zijn voor de economie. Maar de dynamiek van sectoren wordt voor een groot deel bepaald door de dynamiek van de ‘bovenkant’ van de arbeidmarkt. Dat komt enerzijds door koopkrachteffecten: hogeropgeleiden hebben meer te besteden, en dat geld komt ten goede aan de lokale economie. Anderzijds zijn hogeropgeleiden in het algemeen mobieler dan middelbaar-of lager opgeleiden: ze zijn minder makkelijk vast te houden.

Lees meer: download het kennishuis